Ontbinding op de i-grond: geen cumulatie van gronden, maar cumulatie van omstandigheden

De kantonrechter Arnhem overwoog in een recente uitspraak (Rechtbank Gelderland 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5426) dat het bij de i-grond niet gaat om een combinatie van de (meer of minder voldragen) gronden, maar om een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de ontslaggronden.

Wat speelde er in deze zaak? Werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst van werkgever. Werknemer heeft zich op enig moment ziekgemeld. In april 2020 heeft werkgever aan werknemer voorgesteld om in het kader van re-integratie andere werkzaamheden te verrichten. Werknemer heeft deze werkzaamheden niet geaccepteerd. Werkgever heeft werknemer op 4 mei 2020 op staande voet ontslagen wegens het niet voldoende meewerken aan de re-integratie. De werknemer heeft in deze procedure vernietiging van het ontslag verzocht. De werkgever heeft een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de d-, e-, g-, h- of i-grond gedaan.

Oordeel kantonrechter
Het ontslag op staande voet is door de kantonrechter vernietigd nu werkgever voorafgaand aan het ontslag geen loonsanctie heeft opgelegd en derhalve geen sprake is van een dringende reden.

Vervolgens gaat de kantonrechter in op het voorwaardelijk ontbindingsverzoek. Een ontbinding wordt uiteindelijk niet toegewezen, maar noemenswaardig zijn de overwegingen van de kantonrechter ten aanzien van de i-grond.

De kantonrechter gaat in op de vraag in hoeverre verschillende gronden voldragen moeten zijn om in het kader van de cumulatie te kunnen worden meegenomen, althans om voldoende gewicht in de schaal te leggen. Blijkens de wettekst en de wetsgeschiedenis gaat het bij de i-grond evenwel niet om een combinatie van de (meer of minder voldragen) ontslaggronden maar om ‘een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer gronden, bedoeld in de onderdelen c tot en met h’ (artikel 7:669 lid 3 aanhef onder i BW). Dat duidt naar het oordeel van de kantonrechter meer op maatwerk dan op algemeen geformuleerde uitgangspunten. Dat er voor cumulatie omstandigheden moeten zijn die in ieder geval genoemd worden in twee of meer van de gronden c t/m h is dus het uitgangspunt. Dat betekent dat als beweerdelijke omstandigheden, gelinkt aan een bepaalde grond, niet zijn komen vast te staan deze omstandigheden bij de cumulatie niet kunnen worden meegenomen. Met andere woorden: ‘nul’ plus ‘iets dat niets is’ wordt niet meer dan dat ‘iets dat niets is’. Als derhalve niet is gebleken van door de werkgever gestelde omstandigheden passen binnen een bepaalde grond, kunnen die niet worden meegewogen bij de cumulatie. Dan zijn er immers geen omstandigheden genoemd in de betreffende grond (c t/m h). Waar het naar het oordeel van de kantonrechter vooral om draait, is of de verschillende aangedragen omstandigheden ervoor zorgen dat van een werkgever in het concrete geval niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren in plaats van een fictieve nogal mathematische optelsom van gronden.

In het geval van werkgever deed die situatie zich niet voor. De kern van dat geschil was dat bij werkgever, toen werknemer in de beleving van werkgever niet adequaat meewerkte aan zijn re-integratie, het geduld op was en na het gegeven ontslag op staande voet alles uit de kast lijkt te zijn gehaald om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen als het ontslag op staande voert onverhoopt geen stand zou houden. Daarvoor is de cumulatiegrond niet bedoeld, aldus de kantonrechter.

Afgewacht zal moeten worden of het opmerkelijke oordeel van de kantonrechter zal worden gevolgd.

Auteur: Lisanne Pietermaat

Next Post Previous Post