Wat was hier aan de hand?
De werknemer is sinds 1 juni 2023 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 27 augustus 2025 heeft de werknemer zich ziekgemeld. In een eerdere kortgedingprocedure had de werknemer betaling van achterstallig loon gevorderd. Kort voor de mondelinge behandeling op 31 oktober 2025 heeft de werkgever het loon over augustus en september 2025 alsnog betaald en toegezegd het loon ook in de toekomst tijdig te zullen voldoen. Op 12 december 2025 heeft de werknemer een consult gehad bij de bedrijfsarts. De bedrijfsarts concludeerde dat de werknemer medische klachten ervaart als gevolg van een arbeidsconflict en adviseerde om het arbeidsconflict op te lossen en een vervolgplan op te stellen. De werknemer heeft op 29 januari 2026 mediation voorgesteld om het arbeidsconflict te beëindigen. De werkgever liet weten daarvoor geen aanleiding te zien. Een dag later, op 30 januari 2026, verzocht de werkgever de arbodienst om de werknemer hersteld te melden. Op 20 februari 2026 heeft de werknemer herhaald dat sprake was van arbeidsongeschiktheid en de werkgever verzocht om opnieuw een afspraak bij de bedrijfsarts te maken. Ondanks de eerder gedane toezegging heeft de werkgever sinds november 2025 geen loon meer betaald. In deze procedure vordert de werknemer betaling van het achterstallige loon vanaf november 2025. De werkgever betwist dat sprake is van arbeidsongeschiktheid en stelt dat alleen sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsconflict. Volgens de werkgever bestaat daarom geen verplichting tot loondoorbetaling.
De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van een vordering tot loondoorbetaling wanneer niet wordt gewerkt twee situaties moeten worden onderscheiden. Ten eerste de situatie waarin de werknemer door een arbeidsconflict ziek is geworden. Dan geldt het regime van artikel 7:629 BW en is de werkgever verplicht het loon tijdens ziekte door te betalen. Daarvan moet worden onderscheden de situatie waarin sprake is van dreigende psychische of lichamelijke klachten als gevolg van een arbeidsconflict. Dan kan een loondoorbetaling op grond van artikel 7:628 BW aan de orde zijn. Daarbij geldt dat het loon moet worden doorbetaald als het niet werken het gevolg is van een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen.
Tussen partijen was in geschil of de werknemer daadwerkelijk ziek was. De werknemer stelde dat zij ziek was, de werkgever zei van niet.
De kantonrechter oordeelt dat uit het rapport van de bedrijfsarts van 12 december 2025 volgt dat de werknemer medische klachten ervaart als gevolg van het arbeidsconflict. Er is daarmee sprake van ziekte. De loondoorbetalingsplicht moet daarom worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:629 BW.
De rechtbank veroordeelt de werkgever tot betaling van het loon over de periode november 2025 tot en met januari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente en de maximale wettelijke verhoging van 50%. De rechter ziet geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen, omdat de werkgever zich tijdens de ziekteperiode herhaaldelijk niet constructief heeft opgesteld. Zo heeft de werkgever het loon zonder voorafgaande aankondiging opgeschort, de werknemer ten onrechte hersteld gemeld en het verzoek van de werknemer om opgeroepen te worden door de bedrijfsarts genegeerd.
Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld om het loon ook in de toekomst tijdig te blijven voldoen, nu de werknemer de vrees dat de werkgever de loondoorbetalingsverplichting niet zal nakomen voldoende aannemelijk heeft gemaakt.
De uitspraak kunt u hier lezen: ECLI:NL:RBDHA:2026:7547
Opmerking
Bij een arbeidsconflict is voor de loondoorbetalingsplicht doorslaggevend of de werknemer daadwerkelijk ziek is. Als sprake is van ziekte, ook wanneer dit is veroorzaakt door het arbeidsconflict, is artikel 7:629 BW van toepassing en is de werkgever verplicht het loon tijdens ziekte door te betalen. Als de werknemer niet werkt en dreigende psychische of lichamelijke klachten als gevolg van een arbeidsconflict en de werknemer, kan een loondoorbetalingsverplichting bestaan onder artikel 7:628 BW. In dat geval moet worden beoordeeld of het niet werken in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. Bij de vraag of de werknemer ziek is en welk regime van toepassing is, is het oordeel van de bedrijfsarts doorslaggevend.
Auteur: Justine Plat