Feiten
Werkneemster is op 17 mei 2021 in dienst getreden bij Daen’s Winebar. Werkneemster heeft op 20 september 2023 haar dienstverband opgezegd per 1 november 2023. Op 5 oktober 2023 stuurt werkneemster vervolgens een overzicht van haar openstaande vakantie-uren en overuren, hetgeen volgens werkneemster neerkomt op een openstaand saldo van ongeveer vier fulltime maanden. Op 26 oktober 2023 laat X weten aan werkneemster dat er grote verschillen zouden zijn in de kasstromen en dat werkneemster wordt verzocht om hierover verantwoording af te leggen. Het gaat volgens Daen’s Winebar om een aanzienlijk bedrag. Werkneemster en X hebben vervolgens contact via Whatsapp over de kasverschillen, waarbij werkneemster aangeeft dat zij de onregelmatigheden niet kan plaatsen. X meent dat werkneemster niet voldoende tekst en uitleg geeft. Werkneemster wordt in een e-mail van 30 november 2023 verzocht om de week erna verantwoording af te leggen tijdens een gesprek bij de accountant. Werkneemster is toen niet verschenen. Daen’s Winebar doet vervolgens begin december 2023 aangifte van fraude in dienstbetrekking. Het is echter niet komen vast te staan dat werkneemster heeft gefraudeerd, want de zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. X is na het einde van het dienstverband van werkneemster niet meer teruggekomen op het verzoek van werkneemster om uitbetaling van opgebouwde vakantie-uren en overuren. Werkneemster stelt dat de handelwijze van X een diepgaande impact heeft gehad op haar mentale gezondheid. Op 23 juli 2024 raakt werkneemster arbeidsongeschikt. Bijna een jaar later, in juni 2025, is werkneemster weer hersteld. De gemachtigde van werkneemster sommeert Daen’s Winebar in juni 2025 om alsnog de eindafrekening te voldoen. Daen’s Winebar reageert met de stelling dat werkneemster nooit eerder zou hebben verzocht om de eindafrekening. Daarnaast zou de accountant tijd nodig hebben om de eis van werkneemster te onderzoeken. Daen’s Winebar heeft uiteindelijk geen eindafrekening opgemaakt en/of betaald. Onderzoeksresultaten van de accountant zijn er niet, of niet gedeeld. Werkneemster vordert om onder andere om uitbetaling van de achterstallige vakantietoeslag, opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren en overuren.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Een werkgever is verplicht om na einde dienstverband binnen een maand een eindafrekening op te maken en uit te betalen. Daen’s Winebar heeft in november 2023 weliswaar een loonstrook opgemaakt, waarop te zien is dat de vakantietoeslag op dat moment € 1.187,85 bedroeg, maar vervolgens niets uitbetaald. Daen’s Winebar heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij de vakantietoeslag moet betalen en dat zij dit nog niet heeft gedaan. De kantonrechter wijst de vordering van werkneemster tot betaling van de vakantietoeslag toe, net als de vordering tot betaling van de vakantie-uren. Werkneemster vordert daarnaast betaling van 459,07 vakantie-uren.
De Horeca Cao bepaalt dat overwerk, dat op verzoek van de werkgever is verricht, moet worden gecompenseerd als ‘tijd voor tijd’. Als ‘tijd voor tijd’ binnen drie maanden na vaststelling van het overwerk niet mogelijk is, moet de werkgever de overuren binnen drie maanden uitbetalen. De kantonrechter wijst deze vordering van werkneemster af. De kantonrechter begrijpt uit de betwisting van Daen’s Winebar dat zij een beroep doet op de klachtplicht zoals bedoeld in artikel 6:89 BW. Werkneemster hield maandelijks de gewerkte uren bij, ook van haarzelf. Die uren gaf zij vervolgens door aan de accountant. De accountant maakte dan loonstroken die aan Daen’s Winebar werden verstrekt om het loon uit te betalen. Voor werkneemster werd iedere maand een loonstrook opgemaakt uitgaande van een vaste urenomvang van 38 uur per week. Werkneemster ontving dus iedere maand hetzelfde salaris. Het is niet gebleken dat Daen’s Winebar op de hoogte was van het daadwerkelijk aantal doorgegeven uren van werkneemster. Zij gaf die immers door aan de accountant, maar niet (ook) aan X. Volgens X was er geen contact met de accountant over de gewerkte uren van werkneemster. Werkneemster wist kennelijk wel dat zij recht had op compensatie van overuren, want zij heeft bijvoorbeeld haar vakantie als ‘tijd voor tijd’ opgenomen. Daen’s Winebar heeft dus deels wel gepresteerd, door (al dan niet onbewust) ‘tijd voor tijd’ toe te staan. Daardoor heeft werkneemster bijvoorbeeld nog al haar vakantiedagen tegoed. Daen’s Winebar heeft vervolgens niet de overuren die niet in tijd konden worden gecompenseerd, uitbetaald, maar werkneemster heeft daar ook nooit om verzocht. Werkneemster heeft pas bij einde dienstverband verzocht om betaling van alle overuren, als een soort spaarpot om uit te keren. Doordat pas bij de eindafrekening is verzocht om betaling van overuren, is Daen’s Winebar de mogelijkheid ontnomen om de werkzaamheden anders in te richten. X verklaarde tijdens de mondelinge behandeling dat hij bijvoorbeeld liever een extra werknemer op nul-uren basis had willen inhuren, want die zijn doorgaans per uur goedkoper dan werkneemster. Een werkgever moet ook de kans krijgen om bij te sturen. Van werkneemster mocht daarom worden verwacht dat zij X zou aanspreken op de omstandigheid dat het niet lukte om al haar uren in te halen als ‘tijd voor tijd’ én dat Daen’s Winebar die uren tussentijds moest uitbetalen. Kortom, Daen’s Winebar wist niet van de overuren van werkneemster en heeft deze dus niet jaarlijks uitbetaald. Zelfs als Daen’s Winebar het wel wist, dan had het op de weg van werkneemster gelegen om tijdig te klagen dat Daen’s Winebar haar de overuren moest uitbetalen. Dat is niet gebeurd, waardoor werkneemster geen recht heeft op betaling van overuren.
U leest de uitspraak hier. https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1896
Auteur: Emma Eijkelenboom