Recentelijk heeft het kabinet het wetsvoorstel inhoudende de beperking van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers drastisch aangepast. De voorgestelde wijziging heeft tot gevolg dat geen enkele werkgever meer in aanmerking komt voor compensatie van betaalde transitievergoedingen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid én bij ontslag na bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. In eerste instantie bevatte het wetsvoorstel alleen de afschaffing van de compensatie alleen gelden voor middelgrote en grote werkgevers. Het wetsvoorstel zou oorspronkelijk per 1 juli 2026 in werking treden maar dat is uitgesteld tot 1 januari 2027.
Hoe is de situatie nu?
Sinds 1 april 2020 hebben werkgevers de mogelijkheid om bij het UWV een compensatie aan te vragen voor de transitievergoeding die zij moeten betalen bij het ontslag van een werknemer die langdurig arbeidsongeschikt is. Deze regeling is ingevoerd om een einde te maken aan de zogenoemde ‘slapende dienstverbanden’. Voorheen hielden werkgevers de arbeidsovereenkomst met zieke werknemers vaak bewust in stand om te voorkomen dat zij een transitievergoeding verschuldigd waren. In de praktijk werd er echter geen uitvoering meer gegeven aan die arbeidsovereenkomst, waardoor sprake was van een slapend dienstverband. In het zogenoemde Xella-arrest heeft de Hoge Raad vervolgens bepaald dat een werkgever in beginsel verplicht is om mee te werken aan de beëindiging van zo’n slapend dienstverband, waarbij de werknemer recht heeft op de wettelijke transitievergoeding. Het kabinet wil deze compensatieregeling nu afschaffen als onderdeel van een bredere hervorming van de transitievergoeding.
Advies Raad voor de Rechtspraak
De Raad voor de Rechtspraak heeft naar aanleiding van de wijziging op 13 mei jl. een advies uitgebracht. Waar het oorspronkelijke voorstel nog uitging van beperking van de compensatieregeling tot kleine werkgevers, wordt met deze wijziging de compensatie volledig afgeschaft. Dit betekent dat werkgevers voortaan geen vergoeding meer krijgen voor de transitievergoeding die zij betalen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid of bij beëindiging van hun bedrijf, bijvoorbeeld door pensionering of overlijden.
Hoewel het wegvallen van onderscheid tussen kleine en grote werkgevers een eerder gesignaleerd knelpunt oplost, wijst de Raad erop dat de wijziging nieuwe problemen veroorzaakt. Zo ontstaat er opnieuw onduidelijkheid over de situatie van zogeheten slapende dienstverbanden, waarbij een werknemer na langdurige ziekte in dienst blijft zonder actief te werken. Doordat de compensatie vervalt, is het niet meer duidelijk of werkgevers verplicht zijn om bij beëindiging een transitievergoeding te betalen. Deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk leiden tot meer rechtszaken.
De Raad van State heeft in zijn eerdere advies van 17 september 2025 erop gewezen dat werkgevers het onredelijk vinden dat zij naast twee jaar loondoorbetaling en re-integratiekosten óók een transitievergoeding moeten betalen bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Nu de compensatieregeling wordt afgeschaft, spelen deze bezwaren opnieuw. Dit kan ertoe leiden dat vaste contracten minder aantrekkelijk worden, vooral voor werknemers met een hoger ziekterisico. De Raad van State suggereert daarom om te overwegen de verplichte transitievergoeding in deze gevallen helemaal te schrappen, maar deze optie is niet meegenomen in de wijziging.
Daarnaast benadrukt de Raad dat de afschaffing van de compensatie financieel zwaar kan uitpakken voor werkgevers, vooral voor kleine ondernemers. Zij moeten voortaan zelf de transitievergoedingen betalen, wat bij bedrijfsbeëindiging zelfs kan betekenen dat zij hun pensioen moeten aanspreken. Ook kan het ertoe leiden dat werkgevers terughoudender worden in het aanbieden van vaste contracten, omdat de kosten en risico’s toenemen, met name voor werknemers met een hogere kans op ziekte.
Kortom, de Raad voor de Rechtspraak heeft bezwaren tegen de wijzigingen in haar huidige vorm en geeft in overweging om de wijzigingen op de in dit advies genoemde onderdelen aan te passen.
Aanpassing wetsvoorstel
Tegen de achtergrond van deze kritische adviezen heeft het kabinet echter een andere koers gekozen. Vrijdag 29 mei jl. liet het huidige kabinet weten dat de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid én bij ontslag na bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de werkgever voor alle werkgevers verdwijnt. De aanpassing van het wetsvoorstel is diezelfde dag naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarmee legt het kabinet de adviezen van zowel de Afdeling advisering van de Raad van State als de Raad voor de Rechtspraak naast zich neer.
Hoe het wetsvoorstel zich verder zal ontwikkelen, moet nog blijken. Het moet nog worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Wij houden u op de hoogte.
Auteur: Esmeralda de Jongh