Onrechtmatig handelen van de werknemer: moet de werknemer de kosten van de werkgever betalen?

Emma Eijkelenboom

Werknemer is sinds 1 oktober 2018 in dienst bij werkgever als heftruckchauffeur. Medio 2024 bestond bij werkgever het vermoeden dat via de nooduitgang in het magazijn – waar de eindproductie is opgeslagen – dozen van deelpallets werden weggenomen. Werkgever heeft daarom het onderzoeksbureau Risc & Fraud Investigations BV (hierna: het onderzoeksbureau) ingeschakeld die op verschillende plekken in het magazijn en bij de nooduitgang camera’s heeft aangebracht. Op 12 augustus 2024 heeft het onderzoeksbureau verslag uitgebracht aan werkgever over een incident dat op 9 augustus 2024 heeft plaatsgevonden. Uit het verslag van het onderzoeksbureau volgt dat werknemer die dag samen met een collega dertien dozen met Rituals producten van een deelpallet in een Landrover heeft geplaatst die rond 18.01 uur van het terrein van werkgever is vertrokken.

Werkgever heeft werknemer opgeroepen voor een gesprek op 13 augustus 2024 en heeft werknemer in dit gesprek met de bevindingen geconfronteerd. Werknemer heeft in dat gesprek erkend de goederen op 9 augustus 2024 te hebben weggenomen en dat dit de afgelopen maanden vaker is gebeurd. Bij brief van 13 augustus 2024 heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen omdat hij (kort gezegd) op 9 augustus 2024 zonder toestemming van werkgever goederen van werkgever heeft ontvreemd. Op 28 augustus 2024 heeft werkgever een Poolse vertaling van de brief van 13 augustus 2024 aan werknemer gestuurd.

Werkgever verzoekt onder andere om een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en werknemer onrechtmatig heeft gehandeld jegens werkgever.

De kantonrechter overweegt dat de gedraging onder de gegeven omstandigheden een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet. In een verklaring van werknemer – die het onderzoeksbureau heeft opgemaakt en werknemer heeft ondertekend – staat dat hij op 9 augustus 2024 met een collega dertien dozen met Rituals producten van een pallet naar de uitgang heeft gebracht. De collega heeft in lijn daarmee verklaard dat werknemer heeft meegeholpen met het inladen van dozen met Rituals producten in de auto van de collega. Dit is ook in lijn met de beelden die ter zitting zijn getoond. Op die beelden is te zien dat werknemer de seal met een topvel van de pallet afhaalt die de collega ervoor met de heftruck richting de nooduitgang had gereden en werknemer en de collega vervolgens de dozen van de pallet naar buiten dragen en de collega die in de auto zet. Het voorgaande levert voldoende bewijs op dat werknemer heeft meegewerkt aan ontvreemding van goederen van werkgever en dat daardoor sprake is van een dringende reden. Ter zitting heeft werknemer aangevoerd dat hij niet wist dat het dozen Rituals producten waren en dacht dat het gekochte dozen als “snoepje van de maand” waren, maar dit is op geen enkele wijze onderbouwd door hem. Dit valt ook niet te rijmen met het feit dat het een met plastic gesealde pallet betrof met een etiket. Hierdoor wordt ervan uitgegaan dat werknemer wist dat sprake is van dozen met producten die nog door werkgever werden verkocht. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat sprake is van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de door werkgever verzochte verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven worden toegewezen.

Werknemer moet de gefixeerde schadevergoeding aan werkgever uitbetalen ter hoogte van €4.529,03 bruto. Werkgever verzoekt tevens voor recht te verklaren dat werknemer onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar. Dit verzoek is toewijsbaar wegens het medeplegen van diefstal/verduistering op 9 augustus 2024. Werknemer wist bij het meehelpen met de dozen met Rituals producten verplaatsen naar de Landrover dat deze van het terrein van werkgever af zouden gaan. Hierdoor is schade aan werkgever toegebracht. Werknemer moet een bedrag van € 5.927,40 aan onderzoekskosten en een bedrag van € 913,80 aan advocaatkosten aan werkgever betalen.

Beschouwing
Deze uitspraak laat zien dat het medeplegen van diefstel/verduistering een werknemer letterlijk duur kan komen te staan. Niet alleen heeft de werknemer geen baan meer en geen recht op een uitkering, de werknemer heeft ook kosten moeten maken om zich juridisch te laten bijstaan in deze kwestie en hij moet ruim €11.000,- aan zijn ex-werkgever betalen.

Heeft u vragen over deze uitspraak of bent u op staande voet ontslagen en zoekt u juridische bijstand, neem gerust contact met mij op!

U leest de uitspraak hier. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 februari 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1551

Auteur: Emma Eijkelenboom

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies.  Lees verder