Verlenging arbeidsovereenkomst toegezegd? Opnemen van gesprekken kan duur komen te staan

Justine Plat

Feiten
Werknemer was in dienst bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden in de functie van seniorjurist. Bij goed functioneren zou werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgen. Op 4 september 2024 hadden de werknemer en de werkgever een voortgangsgesprek. De werknemer heeft dit voortgangsgesprek opgenomen. In het voortgangsgesprek heeft de werkgever aan de werknemer medegedeeld dat hij nog geen beslissing heeft genomen of werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgt. Uit de opnamen van het voortgangsgesprek blijkt dat werkgever het volgende heeft gezegd (markeringen aangebracht door Van den Brekel Advocaten):

(..)
Werkgever: nou ja dat ik dat ik nog niet definitief besloten heb voor mezelf eh dat het contract voor onbepaalde tijd wordt verlengd of wellicht voor bepaalde tijd wordt verlengd.

Werknemer: ok…. ok ja

Werkgever: lk ben positief in zin van verlenging he… blijf alsjeblieft (er beetje tussendoor werknemer: nee graag wat ik ook zeg)

Werkgever: ik wil allen nog even voor mezelf gewoon even helder hebben, ik zeg er ook bij, eh eh ehe dat ik eh eh de laatste zeg de laatste 2 maanden, eh em wel een verbetering meer verbetering of meer een ontwikkeling zie dan de eerste 6 maanden.

Bij de afsluiting van het gesprek zegt werkgever: Ik hoop dat ik wil dat ook met jou wel graag doen, dus ik wil eigenlijk jou, ook, niet in het ongewisse la- laten en zeker niet dat op de laatste weken laten komen, ik wil eigenlijk begin oktober gewoon uitsluitsel geven, van we gaan zo door, of we gaan zo door, eh, eh, ik hoop dat dat niet al te onverwachts of ongewenst overkomt, […]

De werkgever heeft een verslag van het voorgangsgesprek gemaakt waarin (o.a.) het volgende is opgenomen:

Afspraak 1: [verzoeker] kijkt naar bovenstaande punten en zal aangeven welke hulp hij specifiek wenst.

Afspraak 2: in de eerste week van oktober nader overleg over verlenging AO.

De werkgever heeft deze e-mail echter per abuis naar hemzelf verstuurd, in plaats van werknemer.

Op 28 oktober 2024 heeft werkgever aan werknemer medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Werknemer reageerde dat hij hierover verbaasd was, omdat dit in tegenstelling was van hetgeen was besproken in zijn voortgangsgesprek van 4 september 2024. Op 14 november 2024 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst van werknemer aangezegd.

Werknemer heeft in een e-mail aan de HR-afdeling (o.a.) laten weten dat hij een schadevergoeding vordert, en als de werkgever dit niet betaalt, hij een verzoekschrift indient bij de rechtbank en zal verzoeken om een billijke vergoeding.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt (link) dat werknemer, gezien het verloop van het gesprek, ervan uit heeft mogen gaan dat zijn arbeidsovereenkomst in ieder geval voor enige tijd zou worden voortgezet. Dit komt voornamelijk omdat de werkgever heeft gezegd dat hij positief is over de verlenging van de arbeidsovereenkomst van werknemer en dat hij werknemer begin oktober uitsluitsel wil geven over hoe ze met elkaar doorgaan. Ook al heeft de werkgever een verslag van het voortgangsgesprek gemaakt waar wel uit af te leiden is dat nog nader moet worden overlegd over de verlenging van de arbeidsovereenkomst, deze e-mail heeft de werknemer nooit bereikt. Hierdoor komt de kantonrechter tot het oordeel dat de werkgever met de aanzegging van 14 november 2025 in strijd heeft gehandeld met de gedane toezegging om de arbeidsovereenkomst van werknemer te verlengen, waardoor werknemer recht heeft op een billijke vergoeding.

De kantonrechter gaat ervan uit dat, indien de werkgever de gedane toezegging was nagekomen, de arbeidsovereenkomst was voortgezet voor de duur van twee maanden. De kantonrechter gaat uit van een twee maandsalarissen, waar het bedrag dat de werknemer aan WW-uitkering heeft gekregen in mindering op wordt gebracht. De kantonrechter brengt 50% van het overgebleven bedrag in mindering op de billijke vergoeding. Ten eerste omdat het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever niet buitensporig was. Ten tweede omdat de werknemer zich niet als goed werknemer heeft gedragen door heimelijk het voortgangsgesprek met zijn werkgever op te nemen en dit als pressiemiddel heeft gebruikt tegen de HR-afdeling van werkgever om geldbedragen te vorderen, en waarbij, als werkgever dit niet zou doen, werknemer verschillende procedures zou starten.

Opmerking
De kantonrechter kan een billijke vergoeding toekennen aan de werknemer indien de arbeidsovereenkomst is beëindigd door ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. Bij de begroting van de billijke vergoeding wordt een gevalsvergelijking gemaakt tussen de situatie waarin de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en de arbeidsovereenkomst dus nog had bestaan, en de situatie waarin de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld waardoor de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Het bedrag aan billijke vergoedingen kan naar beneden worden bijgesteld, als de rechter van mening is dat de werknemer ook een verwijt kan worden gemaakt. Opvallend in deze uitspraak is het feit dat de werknemer een gesprek heimelijk heeft opgenomen als zo’n verwijt ziet met als gevolg dat de billijke vergoeding van de werknemer wordt gematigd.

Auteur: Justine Plat

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies.  Lees verder