Feiten
Werknemer was sinds 2004 werkzaam bij zijn (oud) werkgever in de functie van productmanager. In de arbeidsovereenkomst van werknemer is een non-concurrentiebeding beding opgenomen voor de duur van 12 maanden. Op de overtreding van het non-concurrentiebeding is tevens een boetebeding opgenomen.
Het non-concurrentiebeding is als volgt geformuleerd:
“Het is de medewerker in de functie van Product Manager verboden zonder voorafgaande toestemming van werkgever gedurende een periode van 12 maanden direct aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst in Nederland een zaak, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak een belang te hebben, daarin of daardoor op enige wijze werkzaam te zijn, al dan niet in dienstverband, hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of om daarin een aandeel te hebben. Voor [werkgever] is dit non-concurrentiebeding noodzakelijk vanwege de zwaarwegende bedrijfsbelangen van [werkgever] teneinde in ieder geval gedurende de hiervoor bepaalde periode met name gelet op de functie die de medewerker bekleedt. De bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie over onder meer haar prijsstelling, marges, productieprocessen, accounts, prospects/tenders en overige gevoelige informatie die inherent is aan de functie en die kort na indiensttreding wordt gedeeld, niet bij derden zoals bedoeld in dit beding terecht te laten komen. Openbaarmaking van bedoelde informatie heeft een directe impact op de (markt)positie van [werkgever].”
Werknemer heeft op 28 februari 2025 zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. Per 1 april 2025 is werknemer in dienst getreden bij zijn nieuwe werkgever. Op 4 maart 2025 heeft werknemer de functieomschrijving gedeeld met zijn oud-werkgever en op 14 maart 2025 heeft zijn oud-werkgever hem medegedeeld dat als hij in dienst treedt bij zijn nieuwe werkgever, hij zijn non-concurrentiebeding overtreedt en dat hij werknemer aan zijn non-concurrentiebeding houdt. De oud-werkgever vordert (in het kort) nakoming van het non-concurrentiebeding door werknemer en vordert dat werknemer zijn werkzaamheden bij zijn nieuwe werkgever neerlegt op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert de oud werkgever betaling van de verbeurde boetes.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter (link) overweegt dat de overstap van werknemer naar de nieuwe werkgever onder de reikwijdte van het non-concurrentiebeding valt. De verboden werkzaamheden uit het non-concurrentiebeding zijn namelijk ruim geformuleerd en de werkzaamheden die werknemer verricht bij zijn nieuwe werkgever zijn vergelijkbaar met de werkzaamheden die werknemer verrichte bij zijn oude werkgever. Het beding zal ook niet worden geschorst, want de belangen van de werknemer wegen niet zwaarder. De werknemer mag dus niet bij de concurrent in dienst treden, althans zal dan een boete moeten betalen.
Auteur: Justine Plat