Eerder schreven wij een signalering over het ten onrechte beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een statutair bestuurder door werkgever GRM (zie: link andere signalering). Dit ernstig verwijtbaar handelen had een billijke vergoeding tot gevolg en op grond van de wet zijn de postcontractuele bedingen in de arbeidsovereenkomst (het concurrentiebeding en een boetebeding van €100.000,-) vernietigd.
De statutair bestuurder had naast een arbeidsovereenkomst ook een aandeelhoudersovereenkomst gesloten met Newco H. B.V., de enig aandeelhouder van zijn werkgever GRM, en was minderheidsaandeelhouder voor 4,99%. In de aandeelhoudersovereenkomst is een zelfde concurrentiebeding inclusief boetebeding opgenomen. De voormalig statutair bestuurder/aandeelhouder heeft in kort geding gevorderd om het concurrentiebeding en het boetebeding in de aandeelhoudersovereenkomst (ook) te schorsen, dan wel te matigen. Ook in dit kort geding mocht ik de aandeelhouder bijstaan.
De vraag die de rechtbank diende te beantwoorden is of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Newco H de aandeelhouder houdt aan het in de koopovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding, inclusief de duur daarvan. Een algehele schorsing zou in feite neerkomen op een definitieve beslissing en is de reële verwachting dat de aandeelhouder al concurrerende werkzaamheden zou verrichten en de gevreesde schade al zou zijn aangericht. Wel acht de rechtbank de overeengekomen termijn van twee jaar na overdracht van de aandelen onaanvaardbaar lang. Daarbij is meegewogen de op zichzelf al lang te achten termijn van twee jaar, de leeftijd van de aandeelhouder en het algemene gegeven dat de schadelijke gevolgen van concurrentie door een ex-aandeelhouder zich het meest doen gevoelen als deze kort geleden is vertrokken en de andere aandeelhouder(s) zich nog niet behoorlijk hebben kunnen instellen op de nieuwe situatie.
Ook zijn twee omstandigheden meegewogen die het aannemelijk maken dat de aandeelhouder niet zal proberen GRM ‘kapot te maken’ en dat hij haar belangen en die van Newco H serieus zal nemen, te weten het financiële belang dat de aandeelhouder (via de regeling van artikel 10 in de koopovereenkomst) heeft bij het behoorlijk renderen van GRM en het geheimhoudingsbeding dat blijft gelden.
voor de duur van één jaar, te rekenen vanaf 5 augustus 2025, de datum dat de aandelen zijn overgedragen.
De volledige uitspraak leest u hier.
Auteur: Maud de Bruijn