Feiten
Werknemer is op 8 april 2024 in dienst getreden bij Valid Infra Pro’s B.V. (hierna: Valid Infra), laatstelijk gedetacheerd bij Valid Managed Services B.V. (hierna: Valid Managed) als klantteam C-4 Managed Services.
De reden voor de detachering was dat bij Valid Infra onvoldoende werk voorhanden was voor werknemer. Deze detachering was ook ingegeven met het oog op de aanstaande overgang van onderneming. Op 1 juni 2025 zijn namelijk de activiteiten van Valid Infra overgegaan naar Valid Managed. Vanwege deze overgang van onderneming zijn alle rechten, verplichtingen en medewerkers van Valid van rechtswege overgegaan naar Valid Managed. Met ingang van 1 juni 2025 is werknemer in dienst van Valid Managed. Op 16 mei 2025 heeft de leidinggevende in een gesprek het (onvoldoende) functioneren van werknemer ter sprake gebracht. Mede gelet op de ingenomen houding en het vertoonde gedrag van werknemer tijdens dat gesprek, heeft op 21 mei 2025 nogmaals een gesprek plaatsgevonden. Toen is weer het functioneren aan de orde gesteld en ook heeft werknemer op dat moment een officiële waarschuwing ontvangen voor zijn gedrag tijdens het gesprek van 16 mei 2025. Valid Managed heeft deze waarschuwing schriftelijk bevestigd op 22 mei 2025. Op 26 mei 2025 heeft Valid Managed nogmaals een gesprek georganiseerd. Met ingang van 8 juli 2025 is werknemer op non-actief gesteld. Valid Managed verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair op de d-grond en subsidiair op de g-grond. In essentie legt Valid Managed hieraan ten grondslag dat werknemer onvoldoende functioneert en dat werknemer bovendien door zijn voortdurend weigerachtige houding (lees: het gesprek uit de weg gaat over zijn functioneren) zich niet als goed werknemer gedraagt. Valid Managed heeft het functioneren van werknemer meerdere keren met hem willen bespreken en hem daarnaast in de gelegenheid willen stellen om zich te verbeteren volgens een verbetertraject. Werknemer heeft zich daar echter van meet af aan resoluut tegen verzet. Hij weigert simpelweg (verder) met Valid Managed te praten over zijn functioneren, met name omdat er volgens werknemer niets op zijn functioneren valt aan te merken, en er geen verbeterpunten zijn.
Oordeel
Valid Managed beroept zich in de eerste plaats op de d-grond. Valid Managed heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er het nodige valt aan te merken op de wijze waarop werknemer functioneert, dat aanpassing en verbetering noodzakelijk zijn, en dat hem dat ook duidelijk moet zijn geworden. Valid Managed heeft echter niet tot nauwelijks schriftelijk richting werknemer gedocumenteerd/kenbaar gemaakt waar het onvoldoende functioneren precies op ziet, op welke wijze de verbeteringen concreet gerealiseerd moeten worden, binnen welke termijn en op welke manier Valid Managed daarbij ondersteuning aan werknemer zal aanbieden. Daarom kan de d-grond niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst leiden.
Valid Managed beroept zich in de tweede plaats op de g-grond. De kantonrechter stelt vast dat het gebrek aan vertrouwen en de moeizame samenwerking met klanten en de collega’s volgens Valid Managed in hoofdzaak zijn veroorzaakt door het feit dat werknemer binnen Valid Managed niet naar behoren functioneerde en ieder gesprek daarover met Valid Managed stelselmatig uit de weg gaat. Echter, zelfs indien veronderstellenderwijze van de juistheid van deze stellingen van Valid Managed wordt uitgegaan, dan neemt dat niet weg dat niet is komen vast te staan dat Valid Managed werknemer daarover tijdig heeft geïnformeerd en dat zij werknemer aansluitend voldoende in gelegenheid heeft gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Het feit dat werknemer het inhoudelijk gesprek over zijn functioneren uit de weggaat, is kwalijk en valt werknemer zeker aan te rekenen, maar het rechtvaardigt niet de vergaande conclusie dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord.
Vervolgens past de kantonrechter de i-grond (combinatie van omstandigheden) ambtshalve toe. Hiervoor is geconcludeerd dat Valid terecht kritiek heeft op het functioneren van werknemer, welke kritiek werknemer weigert te accepteren of op zijn minst weigert daarover met Valid in gesprek te gaan. Dat heeft geleid tot een flinke verstoring in de arbeidsrelatie. Partijen zijn in een impasse geraakt. Mede door de starre opstelling van werknemer is het niet goed mogelijk om op constructieve wijze met elkaar te overleggen hoe aan de samenwerking voor de toekomst vorm en inhoud kan worden gegeven. Daar komt bij dat op dit moment klantcontact niet mogelijk is. Mede gelet op hetgeen werknemer daarover desgevraagd tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, hij acht een zodanig gesprek c.q. overleg niet nodig en daarom niet aan de orde, is niet aannemelijk dat deze situatie bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst op korte termijn zal verbeteren. Immers, dat een gesprek tussen partijen daarvoor noodzakelijk is, wordt door werknemer nog altijd niet aanvaard. Het is niet uitgesloten dat dit kennelijk oprechte onbegrip aan de zijde van werknemer, het gevolg is van persoonskenmerken van werknemer. Het staat echter wel aan een uitweg uit de hiervoor geconstateerde impasse in de weg. Het is aannemelijk dat het voortzetten van de arbeidsovereenkomst zal leiden tot een verdere verslechtering van de nu al problematische samenwerking. Er is een situatie ontstaan waarin voortzetting van de arbeidsovereenkomst vruchteloos is. De combinatie van de omstandigheden (die worden bedoeld in de onderdelen d en g van artikel 7:669 lid 3 BW), brengt mee dat van Valid in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het ontbindingsverzoek is daarom in beginsel op basis van de i-grond toewijsbaar.
Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt op de i-grond, kan hij aan de werknemer een extra vergoeding toekennen van ten hoogste de helft van de transitievergoeding. De kantonrechter ziet gelet op alle feiten en omstandigheden in deze situatie reden voor toekenning van de maximale cumulatievergoeding, met name wegens het ontbreken van de schriftelijke vastlegging van de met werknemer gehouden (evaluatie)gesprekken waardoor niet kan worden vastgesteld dat Valid werknemer naar behoren in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren aan te passen en waar nodig te verbeteren.
U leest de uitspraak hier.
Auteur: Esmeralda de Jongh