Een door de werkgever verplichte opleiding wordt aangemerkt als noodzakelijke scholing en moet kosteloos worden aangeboden. Het studiekostenbeding is daarom nietig

Esmeralda de Jongh

Feiten en omstandigheden
Met ingang van 1 september 2022 treedt werkneemster bij werkgever in dienst voor de bepaalde tijd van één jaar in de functie van doktersassistente in opleiding. Naast de arbeidsovereenkomst sluiten partijen een studieovereenkomst. Artikel 1 van deze overeenkomst luidt: “De werkgever verstrekt aan de werknemer betaald studieverlof en een tegemoetkoming in de studiekosten, voor de opleiding tot doktersassistente inclusief persoonlijke training met inachtneming van artikel 6.3 en artikel 6.4 van de cao”. Artikel 3 van deze overeenkomst bepaalt dat de hoogte van de tegemoetkoming 100% van de gemaakte kosten betreft. Artikel 4 van deze overeenkomst betreft een terugbetalingsregeling met betrekking tot de tegemoetkoming. Werkneemster start de opleiding tot doktersassistente en ontvangt coaching. De daarmee samenhangende kosten worden door werkgever betaald. Op 17 september 2022 volgt werkneemster buiten werktijd een triagecursus van 09:30 tot 16:30 uur. Artikel 6.3 sub d van de cao Huisartsenzorg bepaalt dat scholing buiten werktijd wordt betaald of gecompenseerd in tijd. Op 29 juni 2023 bevestigt werkgever aan werkneemster dat de arbeidsovereenkomst na 31 augustus 2023 niet zal worden voortgezet. De betaalde studiekosten zullen worden verhaald op werkneemster op de wijze zoals in de studieovereenkomst is vastgelegd. Werkneemster vordert dat werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van de opleiding en coaching en daarbij de in eigen tijd gemaakte scholingsuren.

Oordeel kantonrechter
Deze zaak gaat in de eerste plaats over de vraag of werkgever bij het einde van het dienstverband terecht de ten behoeve van werkneemster betaalde studiekosten heeft verrekend met het loon dat nog aan werkneemster toekwam. Daarnaast bestaat de vraag of werkneemster nog recht heeft op betaling van 31 in eigen tijd verrichte studie-uren.

De verrekende studiekosten
De vraag die hier beantwoord moet worden is of de opleiding tot doktersassistente en de coaching noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de functie van doktersassistente. Zo ja, dan dient werkgever deze kosten aan werkneemster aan te bieden. Partijen zijn het erover eens dat er geen wettelijk voorschrift bestaat dat het volgen van de opleiding tot doktersassistente verplicht stelt voor het kunnen uitoefenen van de functie. In die zin is de opleiding dus niet noodzakelijk. Maar naar het oordeel van de kantonrechter heeft het begrip “noodzakelijk” hier een ruimere strekking. Echter, een werkgever die vindt dat een werknemer het Engels beter moet beheersen om de functie te kunnen uitvoeren en dus scholing aanbiedt moet dat kosteloos doen omdat deze werkgever die cursus kennelijk noodzakelijk vindt. Met andere woorden, scholing die in opdracht van de werkgever moet worden gevolgd is noodzakelijke scholing en dient dus kosteloos te zijn voor de werknemer. Op grond van de afgelegde verklaringen acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat werkgever de eis heeft gesteld dat werkneemster de opleiding moest volgen. Daar hoorde de coaching ook bij. In de ogen van werkgever was de opleiding dus noodzakelijk voor het uitoefenen van de functie van doktersassistente. Dat werkneemster wellicht zelf die opleiding, inclusief coaching, ook graag wilde volgen maakt dat niet anders. De conclusie is dat het hier gaat om een opleiding die noodzakelijk is voor het verrichten van de functie. Dat betekent dat werkgever die opleiding kosteloos aan werkneemster moet aanbieden. Het studiekostenbeding is met die verplichting in strijd voor zover daarin kosten worden teruggevorderd en is op grond van artikel 7:611a lid 4 BW dus nietig. Het door werkneemster gevorderde bedrag zal daarom worden toegewezen.

De vergoeding voor de verrichte studie-uren
De kantonrechter beseft dat het volgen van lessen vaak voorbereiding vergt, maar dat is niet altijd het geval. Werkneemster heeft in dit verband niets overgelegd waaruit volgt dat zij de lessen moest voorbereiden, zoals bijvoorbeeld studieopdrachten. Verder heeft zij ten tijde van het volgen van de lessen niet kenbaar gemaakt dat zij deze thuis voorbereidde en heeft zij evenmin aanspraak gemaakt op compensatie voor de bestede eigen tijd. Dat zou toch voor de hand hebben gelegen als zij daadwerkelijk eigen tijd aan de voorbereiding had besteed. De conclusie is dat de kantonrechter dit deel van de vordering van werkneemster zal afwijzen.

Beschouwing
Het ging in deze uitspraak om de vraag of de terugbetalingsverplichting, die met werkneemster was afgesproken, geldig was. De kantonrechter nam hier het arrest van de Hoge Raad als uitgangspunt (zie eerdere signalering week 39 – 2025). Kortom, het hing ervan af of het ging om een opleiding die ‘noodzakelijk’ was voor het verrichten van de functie. Weliswaar bestond er geen wettelijk voorschrift dat het volgen van de opleiding tot doktersassistente verplicht stelde voor het kunnen uitoefenen van de functie. In die zin was de opleiding dus níet noodzakelijk. Echter, het begrip noodzakelijk had hier een ruimere strekking, oordeelde de rechter. De rechter haalde hierbij een citaat aan van de minister tijdens de behandeling in de Eerste Kamer, namelijk: “De richtlijn regelt dat de scholing die de werkgever op grond van de wet aan de werknemer moet verstrekken kosteloos moet worden aangeboden. Dat geldt dus ook voor scholing die valt onder artikel 7:611a eerste lid BW. Bijvoorbeeld wanneer gebleken is dat een werknemer onvoldoende beheersing heeft van de Engelse taal en de werkgever vindt dat het voor de uitvoering van de functie noodzakelijk is, dan valt die scholing onder 7:611a BW en dient dus kosteloos te worden aangeboden”. Met andere woorden, aldus de rechter: scholing die in opdracht van de werkgever moet worden gevolgd, is per definitie “noodzakelijke scholing”. Deze moet daarom kosteloos zijn voor de werknemer. Een terugbetalingsregeling is daarom niet toegestaan. In dit geval werd de werkgever daarom veroordeeld om de opleidingskosten, die zij had ingehouden op het salaris van werkneemster, aan haar terug te betalen.

U leest de uitspraak hier.

Auteur: Esmeralda de Jongh

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies.  Lees verder