Gaat de zorgplicht van de werkgever werkelijk zó ver?

Esmeralda de Jongh

Feiten
De werkneemster verricht sinds 2019 werkzaamheden bij de gemeente Eindhoven op basis van een detacheringsovereenkomst. Dat doet ze bij een zwembad waar ze onder meer schoonmaakt, toezicht houdt en werkt als zweminstructrice. Op 22 juni 2022 overkomt de werkneemster een arbeidsongeval. De werkneemster zit in een toezichtstoel met een zithoogte van 1,70 meter, wanneer een collega langs haar loopt met een schepnet met daarin een dode muis. De werkneemster, die een muizenfobie heeft, schrikt hier zo van dat ze haastig de toezichtstoel verlaat. Dat doet ze volgens eigen zeggen met haar gezicht vooruit waarbij ze de tweede trede mist en zich vervolgens ernstig verstapt. Daarbij komt ze met haar volle gewicht op haar linkerknie terecht, waarbij ze letsel oploopt.

De werkneemster verzoekt een verklaring voor recht dat de gemeente aansprakelijk is voor alle door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. De gemeente verweert zich en voert daartoe aan dat de werkneemster niet heeft aangetoond dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden, dat de gemeente niet te kort is geschoten in haar zorgplicht ex artikel 7:658 BW en dat geen sprake is van een fout in de zin van artikel 6:170 BW.

Oordeel
De kantonrechter verklaart voor recht dat de gemeente aansprakelijk is voor de schade van de werkneemster omdat zij niet heeft voldaan aan haar zorgplicht. Dit baseert zij op het volgende. Hoewel partijen van mening verschillen over hoe het incident met de dode muis precies verliep, zijn zij het erover eens dat de werkneemster zich bij het verlaten van de toezichtstoel heeft verstapt en is gevallen. Daardoor staat voldoende vast dat het letsel in de uitoefening van de werkzaamheden is opgelopen. Gelet op de hoogte en de bouw van de stoel bestaat echter een – niet alledaags – verhoogd risico dat een werknemer zich bezeert als hij de stoel snel moet verlaten. Ook vindt de kantonrechter dat geen sprake is van een algemeen bekend gevaar waarmee een werkgever geen rekening hoeft te houden. Een training of instructie over hoe de stoel snel te verlaten zou een redelijkerwijs noodzakelijke veiligheidsmaatregel zijn.

Ook stelt de werkneemster dat het op de weg van de gemeente had gelegen om bijvoorbeeld iets beschikbaar te stellen waarin ongedierte kan worden opgeborgen. Dat het slechts sporadisch voorkomt dat een dode muis uit het zwembad moet worden opgeruimd en dat het niet aannemelijk is dat een veiligheids- of voorzorgsmaatregel een heftige schrikreactie bij de werkneemster had kunnen voorkomen, wil evenmin zeggen dat de gemeente geen instructie hoeft te geven aan haar werknemers over de wijze waarop ongedierte op een voor eenieder veilige wijze uit het zwemwater kan worden verwijderd en opgeruimd. De suggestie van de werkneemster om een af te sluiten bakje of doosje te gebruiken is hierbij een goed voorbeeld.

Bovenstaande betekent dat de aansprakelijkheid van de gemeente voldoende is komen vast te staan. De kantonrechter zal dan ook gelet op het vorenstaande het primaire verzoek op grond van artikel 7:658 BW toewijzen en voor recht verklaren dat de gemeente aansprakelijk is voor alle door de werkneemster als gevolg van het arbeidsongeval op 22 juni 2022 geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade.

Beschouwing
De zorgplicht van artikel 7:658 BW betreft een schuldaansprakelijkheid van de werkgever. de werkgever moet bewijzen dat hij zijn zorgplicht jegens de werknemer is nagekomen. De rechter stelt hoge eisen aan deze zorgplicht. In beginsel geldt als sprake is van een dagelijks voorkomende situatie en werknemer door een ongelukkige samenloop van omstandigheden schade lijdt, dat de zorgplicht niet is geschonden. Het oordeel in onderhavige zaak dat niet aan de zorgplicht is voldaan is, lettend op de genomen voorzorgsmaatregelen, opvallend. Kortom, zoals uit deze uitspraak blijkt gaat de werkgeversaansprakelijkheid ver en kan het ook kleine, nauwelijks voorzienbare risico’s omvatten. Het ligt op het bord van de werkgever om voldoende te onderbouwen dat dit ongeluk in een té klein hoekje zat.

U leest de uitspraak hier.

Auteur: Esmeralda de Jongh

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies.  Lees verder