Werknemer verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een billijke vergoeding na ongegronde beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag

Van den Brekel Advocaten

Feiten en omstandigheden
Déhora Consultancy Group B.V. (hierna: Déhora) is een adviesbureau gespecialiseerd in personeelsplanning en -management met ongeveer 220 medewerkers. Werknemer is sinds 5 augustus 2020 in dienst van Déhora, laatstelijk als Business Development Director. Eind 2022 heeft werknemer een gesprek gehad met een (ondergeschikte) vrouwelijke collega van het commerciële binnendienstteam. Volgens werknemer heeft de betreffende collega in dat gesprek aangeboden bij hem in bad te komen zitten. Volgens de collega zou juist werknemer dat hebben voorgesteld. De collega heeft eind 2022 melding gedaan van dit incident. HR heeft daarvan kennisgenomen. De melding is door HR onderzocht en heeft geen arbeidsrechtelijke gevolgen gehad.

Per 1 januari 2023 heeft werknemer een promotie gekregen naar zijn huidige functie. In november 2023 hebben partijen het plan ontwikkeld om werknemer deel uit te gaan laten maken van het kernteam dat zich richt op de herpositionering van Déhora. Op 23 november 2023 is werknemer aangesproken en is hem medegedeeld dat er meldingen over hem zijn binnengekomen, waardoor hij per direct is vrijgesteld van werkzaamheden. Er is geen intern onderzoek gedaan en werknemer heeft zich niet direct kunnen verweren.

Déhora heeft primair gereageerd op de meldingen en zich gefocust op de klager, waarbij werknemer in de kou kwam te staan. Déhora heeft vervolgens aan alle medewerkers een e-mail gestuurd over de meldingen en de op non-actiefstelling van werknemer. Pas na 69 dagen vond het eerste gesprek met het onderzoeksbureau plaats en kon de werknemer kennisnemen van de verwijten. Uit het gespreksverslag daarvan, alsmede uit het conceptrapport en het definitieve rapport, blijkt dat het gaat om vage beschuldigingen. Bovendien waren de meldingen/situaties al eerder bij Déhora bekend, terwijl werknemer nooit een officiële waarschuwing heeft gehad. Werknemer vindt dat Déhora onzorgvuldig heeft gehandeld en hij daarom in zijn belangen is geschaad. Hij stelt dat hij niet binnen een aanvaardbare termijn heeft vernomen waarvan hij werd beschuldigd en zeer negatief neergezet is richting zijn collega’s, hetgeen onzorgvuldig, beschadigend en ernstig verwijtbaar te noemen is.

Werknemer heeft zich vervolgens ziekgemeld en een ontbindingsverzoek ingediend met het verzoek om een billijke vergoeding van € 565.156,91 bruto, een transitievergoeding, een immateriële schadevergoeding, vergoeding van daadwerkelijke advocaatkosten en een rectificatie-e-mail. Déhora verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert aan dat er een onterecht beeld wordt geschetst van Déhora.

Het oordeel van de kantonrechter
Déhora heeft werknemer na de ontvangst van twee meldingen direct op non-actief gesteld en al haar werknemers de dag erna per e-mail geïnformeerd over het feit dat er meldingen over werknemer waren binnengekomen en er een extern onderzoek werd gestart, waarbij hem is gevraagd zijn werk neer te leggen. De kantonrechter oordeelt dat duidelijk is dat Déhora de twee meldingen serieus diende te nemen en zorgvuldig diende te (laten) onderzoeken. Die meldingen kwamen – gezien de bij Déhora uit het verleden bekende gedragingen van werknemer – echter niet uit de lucht vallen. Eerdere meldingen over ongewenst gedrag van werknemer zijn voor Déhora nooit aanleiding geweest om concrete maatregelen te treffen, zoals een schriftelijke waarschuwing en/of het aanbieden van een verbetertraject. De werknemer heeft wel een coaching traject gevolgd, maar dit betrof geen verbetertraject. Déhora heeft vervolgens na de start van het onderzoek ook niet meer met de werknemer gecommuniceerd.

Déhora valt te verwijten dat zij onvoldoende regie op (de duur van) het onderzoek heeft uitgeoefend. Uit het onderzoek is ook niet gebleken dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten gedragingen. Nadat duidelijk was geworden dat het onderzoek onvoldoende aanwijzingen bood, heeft Déhora in de tussentijd nieuwe verklaringen verzameld van medewerkers over (het gedrag van) werknemer. Deze heeft zij niet laten onderzoeken door het onderzoeksbureau, hoewel het onderzoek op het moment van ontvangst van een aantal van die verklaringen nog liep. De kantonrechter overweegt dat Déhora, door enkel te wijzen naar werknemer en na te laten zelf maatregelen te treffen tegen grensoverschrijdend gedrag, zij zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van haar eigen verantwoordelijkheid als werkgever.

Naar het oordeel van de kantonrechter kwalificeert de handelwijze van Déhora als ernstig verwijtbaar. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van een billijke vergoeding van € 100.000 (bruto) en een transitievergoeding van € 14.452,85 (bruto). Daarnaast kan Déhora geen rechten ontlenen aan het concurrentie-en/of relatiebeding.

U leest de uitspraak hier.

Auteur: Lotte Sophie de Wijs

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies.  Lees verder