Arbeidsovereenkomst wordt lege huls door intrekking VGB

Esmeralda de Jongh

Feiten en omstandigheden
Werknemer is op 23 december 2004 in dienst getreden bij I-SEC Nederland B.V., laatstelijk als shiftleader. I-SEC is een beveiligingsbedrijf dat zich onder meer bezighoudt met de beveiliging van Schiphol.

Werknemer voert zijn werkzaamheden uit binnen het beveiligde gebied van Schiphol. Voor het kunnen en mogen uitvoeren van een vertrouwensfunctie is een verklaring van geen bezwaar (VGB) vereist. Een VGB wordt afgegeven door de AIVD. Op 31 maart 2023 is de VGB van werknemer per 26 mei 2023 ingetrokken. I-SEC heeft hierop volgend aan werknemer laten weten dat zij hem uiterlijk op 26 mei 2023 uit zijn functie moest ontzetten. Na het intrekken van de VGB heeft I-SEC een passende alternatieve functie als beveiliger bij JRC Petten aangeboden aan werknemer. Werknemer heeft niet op het (herhaalde) aanbod van I-SEC gereageerd. I-SEC heeft de werknemer ook drie keer uitgenodigd voor een gesprek, maar werknemer is zonder bericht op geen van de afspraken verschenen.

I-SEC verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op de e-, g-, h- dan wel i-grond. Werknemer verweert zich hiertegen, enkel niet tegen de ontbinding op de i-grond.

Oordeel kantonrechter
Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen, maar twisten over de ontbindingsgrond. Naar het oordeel van de kantonrechter is de redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst gelegen in de omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst een lege huls is geworden. Vaststaat immers dat werknemer niet over een VGB en Schipholpas beschikt, zodat hij zijn eigen functie op Schiphol niet langer kan uitoefenen. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarmee gegeven dat van I-SEC niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

I-SEC heeft werknemer na het intrekken van de VGB een passende alternatieve functie aangeboden, waarvoor geen VGB nodig was. Werknemer heeft geen gehoor gegeven aan de verzoeken I-SEC. Om die reden is de kantonrechter van oordeel dat herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet (meer) in de rede ligt.

Het enkele feit dat I-SEC heeft toegezegd dat werknemer na het opnieuw verkrijgen van zijn VGB weer welkom is in zijn oude functie, doet daar niets aan af. Daarbij weegt de kantonrechter ook mee dat het bezwaar van werknemer op de intrekking van zijn VGB is afgewezen. Het kan in de gegeven omstandigheden niet van I-SEC gevergd worden om de beroepsprocedure af te wachten.

De kantonrechter is van oordeel dat I-SEC zich voldoende heeft ingespannen om aan haar wettelijke herplaatsingsplicht te voldoen. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgt. Werknemer heeft recht op de transitievergoeding. De kantonrechter is immers van oordeel dat de weigerachtige opstelling van werknemer hem zonder meer valt aan te rekenen, maar het haalt de hoge lat van de ernstige verwijtbaarheid niet.

U leest de uitspraak hier.

Auteur: Esmeralda de Jongh

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies.  Lees verder