De discussie over schijnzelfstandigheid is de afgelopen jaren actueler dan ooit. Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer een zelfstandige zonder personeel (een zzp’er) in werkelijkheid werkt onder een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:610 BW. In de praktijk blijkt dat zzp’ers veelal niet als zelfstandig ondernemer werken, maar onder gezag van de opdrachtgever staan. Om een einde te maken aan de onzekerheid of sprake is van een opdrachtovereenkomst of een arbeidsovereenkomst, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Wet Vbar) gemaakt. In Wet Vbar wordt artikel 7:610 BW, het artikel dat de arbeidsovereenkomst definieert, uitgebreid met twee leden waarin wordt verduidelijkt wanneer in dienst van een werkgever wordt gewerkt. Deze twee leden luiden als volgt:
- Van arbeid verrichten in dienst van een werkgever als bedoeld in het eerste lid is sprake indien:a. de arbeid wordt verricht onder werkinhoudelijke of organisatorische sturing door de werkgever, en;
b. de werknemer de arbeid niet voor eigen rekening en risico verricht, of de arbeid in mindere mate voor eigen rekening en risico verricht dan dat sprake is van sturing als bedoeld in onderdeel a. - Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over wanneer sprake is van sturing door de werkgever, dan wel het voor eigen rekening en risico verrichten van de arbeid, bedoeld in lid 2.
Daarnaast wordt een artikel met een rechtsvermoeden toegevoegd waarin staat dat, als een zzp’er een uurloon van ten hoogste € 36,00 hanteert, wordt vermoed dat de zzp’er de werkzaamheden verricht op basis van een arbeidsovereenkomst. Als de zzp’er een uurloon van €36,- of minder overeenkomt, verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever en is het aan de opdrachtgever om aan te tonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Op 7 juli 2025 heeft de minister het wetsvoorstel verstuurd naar de Tweede Kamer. Na de zomer van 2025 gaat de Tweede Kamer het wetsvoorstel behandelen.
Auteur: Justine Plat