Wekelijkse signalering

Van den Brekel Advocaten volgt de ontwikkelingen binnen het arbeids-, ambtenaren- en aansprakelijkheidsrecht op de voet. Een actuele gebeurtenis op één van deze vakgebieden wordt wekelijks door één van onze juristen besproken. Dit kan een opmerkelijke uitspraak zijn, maar ook een interessant artikel in een vakblad of een treffend nieuwsbericht. Lees hieronder de wekelijkse signaleringen.
Kantonrechter past de i-grond ambtshalve toe
Werknemer is op 8 april 2024 in dienst getreden bij Valid Infra Pro’s B.V. (hierna: Valid Infra), laatstelijk gedetacheerd bij Valid Managed Services B.V. (hierna: Valid Managed) als klantteam C-4 Managed Services.

De reden voor de detachering was dat bij Valid Infra onvoldoende werk voorhanden was voor werknemer. Deze detachering was ook ingegeven met het oog op de aanstaande overgang van onderneming. Op 1 juni 2025 zijn namelijk de activiteiten van Valid Infra overgegaan naar Valid Managed. Vanwege deze overgang van onderneming zijn alle rechten, verplichtingen en medewerkers van Valid van rechtswege overgegaan naar Valid Managed. Met ingang van 1 juni 2025 is werknemer in dienst van Valid Managed. Op 16 mei 2025 heeft de leidinggevende in een gesprek het (onvoldoende) functioneren van werknemer ter sprake gebracht. Mede gelet op de ingenomen houding en het vertoonde gedrag van werknemer tijdens dat gesprek, heeft op 21 mei 2025 nogmaals een gesprek plaatsgevonden. Toen is weer het functioneren aan de orde gesteld en ook heeft werknemer op dat moment een officiële waarschuwing ontvangen voor zijn gedrag tijdens het gesprek van 16 mei 2025. Valid Managed heeft deze waarschuwing schriftelijk bevestigd op 22 mei 2025....

Ontbinding arbeidsovereenkomst, maar vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever volgt een billijke vergoeding van €170.000,-
In de zaak bij het hof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2025 speelde het volgende (link). De werknemer was in dienst bij (de rechtsvoorganger van) de werkgever in de functie van Materials Supports Officer sinds 9 september 1991. In de jaren 2019 tot en met 2022 werd zijn functioneren met een ‘C’ beoordeeld, wat betekende dat hij voldeed aan het merendeel van de verwachtingen en eisen en het functioneren als goed werd beoordeeld. Op 20 april 2023 kreeg de werknemer voor het eerst een onvoldoende beoordeling (‘B’), wat betekende dat het functioneren onvoldoende en verbetering noodzakelijk was. De werkgever gaf daarbij aan dat de communicatie beter moest. Op 17 augustus 2023 werd een verbeterplan opgesteld, waarna de werknemer in de periode augustus 2023 tot 1 april 2024 een verbetertraject doorliep. Dit traject werd afgesloten met opnieuw een onvoldoende beoordeling. De werkgever gaf aan voldoende vertrouwen te hebben in verbetering en het dienstverband niet te willen doorzetten. Partijen hebben toen onderhandeld over de beëindiging van het dienstverband, zonder succes. De werkgever heeft toen een ontbindingsverzoek ingediend bij de rechtbank, dat de kantonrechter bij beschikking van 9 april 2025 werd afgewezen. Daarop heeft de werkgever hoger beroep ingesteld verzocht het hof de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden, primair wegens disfunctioneren of een verstoorde arbeidsverhouding, subsidiair wegens de combinatiegrond (de I-grond). ...